Logo Universiteit Utrecht

Academische vaardigheden kunsthistorici

Voorbeeld 4333 Toegankelijke kunsthistorische schrijftaal

Onderstaande tekst is afkomstig uit Een boek in de maak, een project van onze vroegere hoogleraar kunstgeschiedenis Peter Hecht, in samenwerking met de Vereniging Rembrandt. De toegankelijke en levendige woordkeus maken de tekst aantrekkelijk voor een breed publiek, maar de zorgvuldige en heldere formuleringen zijn evenzeer een voorbeeld van voortreffelijke academische schrijftaal.


Pieter Claesz (1596/97-1660)
Gedekte tafel met kalkoenpastei, 1627, 75 x 132 cm.
Amsterdam, Rijksmuseum (sinds 1974)

 

Bij zijn Haarlemse gilde stond Pieter Claesz ingeschreven als banketschilder, en dat klopt. Hij schilderde ook wel eens rookgerei of een uitgesproken vanitas, dat wil zeggen een stilleven met een schedel of een nadrukkelijk in beeld gebracht horloge om te herinneren aan het verstrijken van de tijd, maar het leeuwendeel van zijn meer dan tweehonderd bewaard gebleven werken toont een tafel met eten en drinken. Meestal houdt hij zich daarbij meer in dan in deze Gedekte tafel met kalkoenpastei, en concentreert hij zich op een arrangement van brood en vis en witte wijn, of op brood en wijn met een citroen en een paar oesters (1).

1 Claesz

Metaal schilderen kon hij ook heel goed: een gedreven zilveren schaal op een voet, een kostbare bokaal, of ook een zogenaamde bekerschroef, een metalen houder waarin een drinkglas kon worden vastgezet. Ook die bijzondere en telkens weer herhaalde objecten schilderde Claesz op een zeer ingetogen manier, en vooral in de jaren dertig gebruikte hij daarbij zó weinig kleur, dat zijn stillevens uit die tijd ook wel monochrome banketjes worden genoemd, dat wil zeggen: banketjes in één kleur.

Bijzonder kleurrijk is ook dit grote schilderij uit 1627 niet. De rijkdom zit hem eerder in de kostbaarheid van wat Claesz heeft afgebeeld: het Oosterse tapijt onder het tafellaken, de  nautilusschelp in zijn gouden montuur. Maar nog opvallender dan die exotische luxe is de wonderlijk opgemaakte kalkoenpastei, die de kok met de resten van het dier heeft versierd alsof het zit te broeden op zijn eigen ragout, met een roosje in zijn snavel en de vleugels feestelijk omhoog geklapt.

2 Van Dijck

Wie het schilderij wat langer bekijkt, zal begrijpen waarom de kazen en appels die Floris van Dijck een jaar of tien eerder in Haarlem had geschilderd, vaak als eenvoudig worden afgedaan (2). Claesz verbeeldt geen overvloed van leckernij, zoals zijn twintig jaar oudere collega, maar rijkdom, en zijn tafel is niet alleen feestelijk maar vooral ook chique. Bij hem geen sterke, heldere kleuren, maar grijs, lila en een beetje roze.

3 Heda

Die terughoudendheid gold blijkbaar als deftig, en zij werd door Claesz’ stads- en leeftijdgenoot Heda nog verder geperfectioneerd (3). Verkoeling was de norm.

Ook werd het betrekkelijk hoge standpunt van waaruit Van Dijck zijn tafels in beeld bracht door zijn jongere collega’s verlaten. Het wilde niet altijd helemaal lukken, maar de intentie is duidelijk: voortaan kijken wij tegen de tafel aan. Bij die poging om het perspectief voor de toeschouwer meer aannemelijk te maken, past ook het streven de objecten op tafel wat meer als één geheel in beeld te brengen. Het mes, waarop Claesz zijn werk dateerde en signeerde, is zó neergelegd, dat het naar de kan aan de rand van de tafel wijst, van waaruit deze diagonaal een tegenhanger krijgt die eindigt in de reflectie van het glas witte wijn. Aan de kop van de driehoek die deze beide diagonalen omsluiten, staat nog een kleinere pastei, met in zijn kielzog de schaal met oesters, de druiven en de opgezette kalkoen, van wie hals en kop op hun beurt een soort beeldrijm vormen met de tuit van de kan. Vergeleken met het raffinement van het latere pronkstilleven is dit allemaal nog naïef, maar de ambitie is enorm.

Het Rijksmuseum kocht Pieter Claesz Gedekte tafel met kalkoenpastei in 1974, en in de tien jaar daarna konden ook Van Dijcks Gedekte tafel met kazen en fruit en het Stilleven met vergulde bokaal van Heda worden verworven. Mooier is de ontwikkeling van het Haarlems stilleven nergens te zien.