Logo Universiteit Utrecht

Academische vaardigheden kunsthistorici

4600 Structuur

Van hoofdstuk naar alinea

In de opzet van je werkstuk heb je een logische indeling gemaakt in hoofdstukken, paragrafen en eventueel subparagrafen (zie Opzet). Je hebt in grote lijnen aangegeven welke deelvragen je in die paragrafen of subparagrafen gaat behandelen en wellicht ook welke informatie en welke voorbeelden je daarin een plaats gaat geven.

Bij het eigenlijke schrijven is het zaak ook binnen de (sub)paragraaf en op het niveau van de alinea’s je lezer een heldere structuur aan te bieden.

Puzzelen

Je zal merken dat het zelden lukt die puzzel in één keer te leggen. Pas tijdens het schrijven blijkt of de hoofdlijnen en verbanden die je in gedachten had zich in zinnen laten vatten. Vaak zal je passages gaan verschuiven om een betere structuur te krijgen.

De basiseenheid van een tekst is de alinea. In principe bevat een alinea één bewering, of één argument, of één constatering. Die beschrijf je in de kernzin. Dat is de zin die je bij het maken van een samenvatting zou markeren. Aan die kernzin voeg je uitleg toe en eventueel voorbeelden. Zo ontstaat er een alinea van minstens enkele zinnen.

Lezers willen de kernzin graag makkelijk kunnen herkennen. Dat bereik je door die zin vooraan in de alinea te plaatsen, hoewel niet persé als openingszin.  Voorbeeld

Je kan de kernzin ook aan het eind van de alinea zetten. Dan krijgt die een meer betogend karakter.  Voorbeeld

Alinea’s van maar één zin kunnen eigenlijk niet bestaan. Het zijn losse mededelingen, die je lezer zelf in een groter verband zou moeten zien te plaatsen.

Ook alinea’s van meer dan een halve pagina zijn onwaarschijnlijk. Als voor de uitleg over een kwestie heel veel zinnen nodig zijn, kan je die bewering wellicht beter opdelen en in verschillende alinea’s behandelen. En meer dan één of twee voorbeelden heb je ook zelden nodig.

Een (sub)paragraaf begint en eindigt meestal met een verbindende alinea. Die kondigt aan wat je gaat zeggen of resumeert wat je gezegd hebt. Ook elders in een (sub)paragraaf kan je dit soort wegwijzers plaatsen. Daarnaast gebruik je thematische alinea’s waarin je een bepaald onderwerp uitwerkt.

Een heldere structuur bereik je niet alleen door de informatie systematisch over je paragrafen en alinea’s te verdelen. Je maakt de structuur van je verhaal ook zichtbaar door woorden te kiezen die het verband tussen zinnen aangeven.

Voorbeeld: woorden die een verband aanduiden

Voorbeeld van het gunstige effect van het toevoegen van verbindingswoorden aan een tekst.