Logo Universiteit Utrecht

Academische vaardigheden kunsthistorici

4350 Toegankelijk en aantrekkelijk

Je wil dat anderen je teksten lezen en begrijpen. Daarom formuleer je je teksten zo toegankelijk en aantrekkelijk mogelijk.

Naast je woordkeus bepaalt ook de manier waarop je je zinnen construeert die toegankelijkheid en aantrekkelijkheid. Lange zinnen zijn lastig te lezen, een opeenvolging van korte zinnen is dor.

Verder spreekt een tekst die actief geformuleerd is meer aan dan een tekst met veel lijdende vormen.

Hieronder vind je uitleg over zinslengte en over de lijdende vorm. Veel meer informatie over toegankelijk formuleren vind je in de Schrijfwijzer van Jan Renkema, en in het Handboek NL van Van Dale.

Kunsthistorici weten dat er over smaak veel getwist is en wordt. Die discussies gaan over de geschreven en ongeschreven normen waaraan kunstwerken al dan niet voldoen. Ook voor taalgebruik bestaan dergelijke standaarden en conventies. Je probeert natuurlijk formuleringen die veel lezers onaantrekkelijk vinden te vermijden, zelfs als die onaantrekkelijkheden de feitelijke informatie niet schaden.

Een zin bevat in principe één mededeling. Het is de kleinste eenheid van informatie in een tekst.

Er zijn geen vaste regels voor zinslengte. Of je zinnen een prettige lengte hebben kan je vaststellen wanneer je je tekst hardop voorleest. Als je adem tekort komt of de weg kwijt raakt in je eigen formuleringen, zijn de zinnen te lang. Dan is de tekst voor de lezer lastig te begrijpen. De zinnen zijn te kort als de tekst klinkt als een kinderboek, bijvoorbeeld doordat je weinig of geen bijzinnen toepast. Voor de lezer is een afwisseling van langere en kortere zinnen het prettigst.

Lange zinnen bestaan vaak uit een bewering met daarbij behorende onderbouwing en voorbeelden. Door die bewering onder te brengen in een aparte zin wint je tekst aan zeggingskracht.

In het voorbeeld vind je een mededeling van ongeveer honderd woorden in achtereenvolgens één zin, zes zinnen en elf zinnen. De eerste variant is vrijwel onleesbaar lang, de laatste klinkt nogal staccato.

Voorbeeld lange en korte zinnen

De lijdende vorm maakt een tekst vaak weinig aansprekend en toegankelijk. De lijdende ofwel passieve vorm bestaat uit een voltooid deelwoord met het hulpwerkwoord worden of zijn. Je kan deze zinnen actief maken door de handelende personen voorop te stellen.

Korte voorbeelden

 

Een lang voorbeeld

 

Maar er zijn ook situaties waarin de lijdende vorm de voorkeur heeft, bijvoorbeeld als de handelende persoon onbekend is of er niet toe doet:

  • Op de poort stond een beeld van Atlas die een globe torste. Het werd geflankeerd door twee beelden die al na enkele jaren gestolen zijn.
  • Na verschillende toespraken werd het monument onthuld. Onmiddellijk barstte de kritiek op het ontwerp los.

Wanneer delen van een formulering die bij elkaar horen ver uiteen staan in de zin spreken we van een tangconstructie. Zo’n formulering vraagt van de lezer onnodig veel concentratie.

Voorbeelden en alternatieven

Het is soms niet gemakkelijk te voorkomen dat je een bepaald woord in een passage herhaaldelijk gebruikt. Toch loont het de moeite te proberen alternatieven te vinden.

Voorbeelden en alternatieven