Logo Universiteit Utrecht

Academische vaardigheden kunsthistorici

3400 Onderzoeksplan

Als je een voorlopige versie hebt van je onderzoekvraag en weet welke bronnen je kan gaan gebruiken, ga je een onderzoeksplan schrijven. Ook als je later in een professionele omgeving financiering zoekt voor je onderzoek zal je zo’n plan moeten schrijven.

Een onderzoeksplan is een werkdocument: als je nieuwe informatie en inzichten opdoet zal je het wellicht nog herhaaldelijk bijstellen.

Om een onderzoeksplan te kunnen maken moet je natuurlijk allerlei ideeën hebben opgedaan uit de bronnen die je bekeken hebt.

Het ordenen van die ideeën tot een onderzoeksvraag en deelvragen vraagt heel wat hersenknersen.

Je zal daarvoor een praktische methode moeten vinden die bij jou past. Dat kan zijn:

  • Praten met anderen, of tegen jezelf.
  • Stukken tekst printen en die voor je uitspreiden.
  • Een mindmap maken op papier of in een mindmapprogramma (als student kan je via SURFspot goedkoop software kopen).
  • Tekenen op een whiteboard.
  • Post-its met aantekeningen op het raam ordenen.
  • ….

Je formuleert je onderzoeksplan zoveel mogelijk in hele zinnen, in correct Nederlands. Daarmee dwing je jezelf om helder te denken.

Het onderzoeksplan heeft de volgende onderdelen:

  • De onderzoeksvraag
  • De verantwoording
    • Hierin leg je uit in welke zin jouw vraag nog niet afdoende is beantwoord. Je geeft daarvoor een kritische bespreking van de bestaande literatuur over het onderwerp (de historiografie, ook wel ‘status questionis’ = stand van het onderzoek). Verder leg je uit om welke (wetenschappelijke en/of maatschappelijke) redenen jouw vraag de moeite van het beantwoorden waard is.
  • Het theoretisch kader
    • Je legt uit welke theorieën jouw leidraad vormen en hoe je tot die keus gekomen bent.
  • Je methode(n)
    • Je legt uit wat je plan van aanpak is, welke methode(n)je gaat gebruiken om tot een antwoord te komen, en hoe je tot de keus voor die methoden bent gekomen.
  • Een tijdschema
    • Je geeft een beeld van wat je wanneer gaat doen.
  • De bronnen
    • Je noteert de bronnen die je denk te gaan gebruiken. Die lijst zal op den duur vast wel aangevuld worden, en er zullen bronnen afvallen.
    • Je noteert die bronnen direct volgens de bibliografische richtlijnen.
  • Een voorlopige conclusie
    • Het lijkt misschien vreemd om nu al een voorlopige conclusie te formuleren. Maar na al het vooronderzoek dat je tot hier toe gedaan hebt, heb je die voorlopige conclusie al lang in je hoofd. Kijk ook nog eens hier.
      Als je op dit punt nog geen idee hebt waar het onderzoek uit zou kunnen komen, moet je beslist met je docent gaan praten.