Logo Universiteit Utrecht

Academische vaardigheden kunsthistorici

1220 Methoden

De methoden die je kiest om te komen tot een antwoord op je onderzoeksvraag hangen uiteraard samen met het theoretisch kader van je vraag en de aard van je onderwerp.

  • Onderzoek in secundaire bronnen, dat wil zeggen publicaties die al eerder over een onderwerp verschenen zijn, vormen vrijwel altijd het uitgangspunt van een onderzoek
  • Het bestuderen van primaire bronnen, dat wil zeggen bronnen die in de tijd zelf zijn ontstaan, is gebruikelijk in veel onderzoeken van enige omvang. Voorbeelden van primaire bronnen:
    • kunstwerken
    • brieven, traktaten, verhandelingen, kunstkritieken, reisverslagen;
    • archivalia: notariële akten, boedelinventarissen, bevolkingsregisters, belastingregisters;
    • interviews, video’s.
    • Let op: Als je bijvoorbeeld onderzoek doet naar de manier waarop Nederlandse kunsthistorici over Italiaanse kunst schreven, dan zijn al hun publicaties jouw primaire bronnen. In ander soort onderzoek zou die wellicht als secundaire bronnen gebruiken.
  • Materieel onderzoek, al dan niet met natuurwetenschappelijke technieken en hulpmiddelen, kan van belang zijn om de samenstelling, de ontstaansgeschiedenis of de toestand van een kunstwerk te leren kennen.
  • Het zogeheten ‘kennerschap’, het analyseren van de individuele stijl van een kunstenaar, kan nodig zijn om duidelijkheid te krijgen over de identiteit van de maker van een kunstwerk.
  • Formele analyse kan inzicht geven in stijlveranderingen.
  • In iconografisch of iconologisch onderzoek betrek je allerlei bronnen die duidelijkheid kunnen geven over beeldbetekenissen. Dat kunnen andere kunstwerken zijn, geïllustreerde werken, literaire, filosofische of theologische bronnen, enzovoorts.
  • Herkomstonderzoek kan van belang zijn om te traceren waar en in wiens bezit een kunstwerk vanaf de voltooiing is geweest. Je doet dat bijvoorbeeld met behulp van veilingcatalogi.
  • Bouwhistorisch onderzoek, het traceren van de veranderingen aan een gebouw in de loop der tijd, wordt gedaan aan de hand van de materiële toestand van het object en allerlei historische bronnen.
  • Technieken uit de digital humanities kunnen bruikbaar zijn voor het kwantitatief of kwalitatief analyseren van grote datasets, zoals netwerkanalyses.