Logo Universiteit Utrecht

Academische vaardigheden kunsthistorici

3230 Beeldbeschrijving: Installaties, nieuwe media en dergelijke

 

Algemene opmerkingen

Een installatie bestaan gewoonlijk uit zowel grote als kleinere delen die een samenhangend geheel vormen. Door deze proportieverschillen verkent de beschouwer het werk zowel van dichtbij als op afstand. Door hun schaal, hun expansie in de ruimte en de diversiteit van hun materiaalgebruik doen installaties een beroep op meerdere zintuigen en op de lichamelijke positiezin. Ze nodigen de beschouwer uit zich te bewegen binnen de fysieke grenzen van het kunstwerk zelf. Die wordt als het ware lichamelijk ondergedompeld in het esthetisch functioneren van het kunstwerk (immersie). Het beleven van een werk in de tijd en in de ruimte is een essentieel aspect van installatiekunst, zowel de eigen ruimte van het kunstwerk en als eventueel ook de relaties die de installatie aangaat met de fysieke ruimte waarin ze zich bevindt. Installatiekunst houdt met andere woorden expliciet rekening met de aanwezigheid van de beschouwer als bewegend en waarnemend lichaam in de ruimte.

Kwaliteiten en associaties

De installatie, de diverse onderdelen ervan en ook hun plaatsing en eventuele betekenisvolle interactie roepen diverse kwaliteiten op – zintuigelijk ervaringen, associaties, gevoelens … – die van belang zijn in de analyse van een installatie. Ook zij kunnen deel uitmaken van de beschrijving en mogelijks ook een rol spelen in de verdere betekenisgeving aan en analyse van de installatie. De kwaliteiten die men ervaart zullen deels gelijklopend zijn, deels verschillen van beschouwer tot beschouwer. Deze conditie duidt men aan met de term ‘verschil’. Het is een belangrijk begrip in de semiotiek (studie van tekens en tekensystemen en hun betekenissen). Het is eveneens een belangrijk filosofisch principe omdat we er van uitgaan dat kunstwerken geen vaststaande betekenissen hebben en dat verschillende mensen, kunstwerken anders ervaren. Vaak zijn er overeenkomsten, maar ook de verschillen zijn van fundamenteel belang. Zo zal een installatie nooit een enkele betekenis hebben maar op betekenisvlak, meervoudig of meerstemmig zijn.

Het verder aftasten van en reflecteren op de ervaringen die men heeft van de installatie maken deel uit van het analytisch proces en zijn een belangrijk facet in het kunsthistorisch onderzoek van het moderne en hedendaagse kunstwerk.

Bibliografie

Mieke Bal, Louise Bourgeois’ Spider. The architecture of art-writing, The University of Chicago Press, 2001.

Juliana Rebentisch, Aesthetics of installation art, Sternberg Press, 2012.

Julie H. Reiss, From Margin to Center. The Spaces of Installation Art, MIT press, 2001.

 

Een voorbeeld van een beeldbeschrijving van een installatie vind je hier.