Logo Universiteit Utrecht

Academische vaardigheden kunsthistorici

4330 Academische schrijftaal – spreektaal – journalistieke schrijftaal

Het is niet eenvoudig de verschillen aan te wijzen tussen enerzijds de relatief formele toon van de academische schrijftaal, en anderzijds de meer informele manier van formuleren in de spreektaal en de journalistiek. Je zal ze leren herkennen en toepassen door aandachtig te lezen en te luisteren. Hieronder vind je voorbeelden van de soms subtiele verschillen tussen spreektaal en academische schrijftaal.

Academische alternatieven voor formuleringen uit de spreektaal

 

In schrijftaal hebben de aanduidingen van schaal en hoeveelheid zoals ontzettend, enorm en overal een veel sterker effect dan in de schrijftaal. Je kan daarom beter kiezen voor minder sterke formuleringen.

Voorbeelden en alternatieven

In academische teksten spreek je zo weinig mogelijk over jezelf in de eerste persoon enkelvoud. Het gaat immers om jou als onderzoeker, niet om jou als persoon. Maar het is onvermijdelijk en functioneel om in de inleiding van je tekst met ik te vertellen wat de aanleiding was van het onderzoek, hoe je het hebt opgezet en uitgevoerd. Ook in de conclusie zal je in de eerste persoon iets zeggen over je inzichten en plannen. Maar je doet dat op zakelijke toon en blijft als persoon verder buiten beeld.

Voorbeeld van een beperkt gebruik van 'ik'

Hoewel academische schrijftaal een relatief formele toon heeft, doen ouderwetse en plechtstatige formuleringen afbreuk aan de leesbaarheid en aantrekkelijkheid van de tekst.

Hier vind je een voorbeeld van een kunsthistorische tekst die zorgvuldig, maar alles behalve plechtstatig geschreven is.

Voorbeelden van plechtstatige woorden, en alternatieven daarvoor