Logo Universiteit Utrecht

Academische vaardigheden kunsthistorici

4850 Overige bronnen

Voor het beschrijven van literatuur die niet via gangbare uitgeverijen is gepubliceerd, zogeheten ‘grijze’ literatuur zoals rapporten, jaarverslagen, en scripties, zijn geen specifieke richtlijnen te geven.

Maar je kan je de vindbaarheid ervan voor de lezer vergroten door aan te geven om wat voor soort publicatie het gaat en onder verantwoordelijkheid van welke organisatie die is verschenen.

Bronnenlijst:

Wolk, J. van der. De eerste experimenten in computergebruik door de kunsthistoricus en de mogelijkheden voor de toekomst. Utrecht, 1971 (Doctoraalscriptie kunstgeschiedenis Universiteit Utrecht).

 Nieuwe coalities in de kunst: Een internationaal onderzoek naar behoud en versterking van de internationale positie van Amsterdamse kunstinstellingen. Amsterdam, 1991 (Rapport Leyer & Weerstra Management Consultants bv).

Opbouw

 

Verkorte titel in de noot:

Wolk, van der, De eerste experimenten in computergebruik, 16.

Nieuwe coalities in de kunst, 19.

Opbouw

Bronnenlijst:

Fischli, Peter en David Weiss. Der Lauf der Dinge. T&C Film AG. Catalogusnummer 9001. DVD. Zwitserland 1987.

Opbouw

 

Verkorte titel in de noot:

Fischli en Weiss, Der Lauf der Dinge, DVD, min. 3.35 – 4.00.

Opbouw

Een webpagina sla je op via https://archive.org/web/ en je gebruikt het stabiele webadres dat daarin gegenereerd wordt.

Bronnenlijst:

Smit, Ellen. ‘De structuralistische architectuurtekeningen 1955-1980: Het verhaal van een andere tekenwijze’. Het Nieuwe Instituut. https://collectie.hetnieuweinstituut.nl/de-structuralistische-architectuurtekening-19551980 (geraadpleegd 18 oktober 2019).

‘Organisatie’. Stedelijk Museum Amsterdam, http://www.stedelijk.nl/over-het-stedelijk/missie-en-visie (geraadpleegd 18 oktober 2019).

Opbouw

 

Verkorte titel in de noot:

Smit, ‘De structuralistische architectuurtekeningen’. Website Het Nieuwe Instituut.

‘Organisatie’. Website Stedelijk Museum Amsterdam.

Opbouw

Bij het omschrijven van een bron uit een archief ga je in principe uit van de citeerinstructie die de archiefbeheerder zelf voorschrijft. Die geeft veelal een volledige en een verkorte vorm.

Als er geen citeerinstructie is bouw je de omschrijving van een document uit een archief op van groot naar klein: de instelling, de deelcollectie, het inventarisnummer, het document.

In de bronnenlijst (in een rubriek Archivalia  of Overige bronnen) leg je de afgekorte omschrijvingen uit.

Bronnenlijst:

Nationaal Archief, Den Haag, Stichting Nederlands Kunstbezit, nummer toegang 2.08.42, inventarisnummer 731, Brief van de Kunsthandel P. de Boer te Amsterdam betreffende de opsporing van schilderijen die lang voor de oorlog in commissie waren gegeven aan een kunsthandel in Hamburg, 4 januari 1946.

Stadsarchief Kampen, Toegangsnummer 00003, Secretariearchief Kampen, inv.nr. 4763, Stimulering van de werkgelegenheid door de provincie; onder meer over restauratie van de synagoge en verbouwing van het Gotisch Huis tot museum, 1982 – 1985.

 

Verkorte titel in de noot:

NL-HaNA, Stichting Nederlands Kunstbezit, 2.08.42, inv.nr. 731.

SK, T00003, SAK, inv.nr. 4763.

In de lopende tekst schrijf je de namen van Bijbelboeken voluit:

  • De eerste hoofdstukken van Mattheus behandelen de afstamming en kindsheid van Jezus.
  • Jeremia, hoofdstuk 42-44, beschrijft de vlucht van de Joden naar Egypte.
  • Volgens Genesis 2:3 is de zevende dag van de week heilig. [= Genesis hoofdstuk 2 vers 3]

Als er veel van dergelijke vermeldingen in een tekst staan gebruik je afkortingen voor de namen van de Bijbelboeken (zie hieronder)

Ook in de noten gebruik je die afkortingen.

Je vermeldt de Bijbel alleen in de Bronnenlijst als je naar een specifieke uitgave verwijst.

Afkorting Bijbelboeken